Europese koningshuizen

Gerelateerde afbeelding

In het voorjaar van 1793 stuurden de Europese koningshuizen hun legers om de Franse Revolutie in de kiem te smoren. De oproerkraaiers in Parijs reageerden daarop met de levĂ©e en masse en het uitroepen van de eerste totale oorlog. Op 23 augustus verklaarde de Nationale Conventie: ‘Vanaf dit moment totdat onze vijanden van het grondgebied van de Republiek verdreven zullen zijn, zijn alle Fransen permanent oproepbaar voor militaire dienst. De jongemannen zullen vechten, getrouwde mannen zullen wapens smeden en proviand vervoeren, de vrouwen zullen tenten en kleren naaien en in de ziekenhuizen werken, de kinderen zullen vodden tot linnen verwerken en de oude mannen zullen zich naar de openbare pleinen begeven om de zakelijke energie vergelijken strijders moed te geven en zich uit te spreken tegen de koningen en voor de eenheid van de Republiek.’1 Dit decreet werpt een interessant licht op het beroemdste document van de Franse Revolutie – de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger -, waarin wordt gesteld dat alle burgers evenveel waarde en evenveel politieke rechten hebben. Is het toeval dat er universele rechten werden uitgeroepen op het exacte historische kruispunt waarop er ook een universele dienstplicht werd ingevoerd? Geleerden mogen graag delibereren over het precieze verband tussen die twee dingen, maar in de twee eeuwen daarna bleef men de democratie vaak verdedigen met de uitleg dat het goed is om burgers politieke rechten te geven, omdat soldaten en arbeiders in democratische landen beter presteren dan die in dictaturen. Men beweerde dat mensen meer motivatie en initiatief tonen als ze politieke rechten krijgen, wat zowel op het slagveld als in de fabriek heel nuttig kan zijn. Charles W. Eliot, die van 1869 tot 1909 rector magnificus was aan Harvard, schreef op 5 augustus 1917 in The New York Times dat ‘democratische legers beter zakelijke energie vechten dan legers die worden geleid door aristocraten en
bestuurd door autocraten’ en dat ‘de legers van naties waarin het volk de wetgeving bepaalt, de rijksambtenaren kiest en beslist over kwesties op het gebied van vrede en oorlog, beter vechten dan de legers van een autocraat die regeert op grond van geboorte en uit naam van de Almachtige’.