De productiviteits- en concurrentieverhoudingen

Een maatstaf voor de investering in het menselijk kapitaal vormen de uitgaven voor onderwijs in verhouding tot het nationaal inkomen. Gemiddeld spenderen de OESO-landen 5,2% van hun BNP aan onderwijs (cijfers uit 1994). De kantoorruimte huren amsterdam Scandinavische landen geven het meeste uit (Noorwegen 6,8%, Denemarken 6,6%) en de mediterrane landen besteden minder dan het gemiddelde: Spanje 4,78%, Griekenland 3,1%. Deze uitgaven moeten worden verhoogd kantoorruimte huren schiphol met de particuliere uitgaven voor scholing. Ruwweg een derde van de werknemers ontvangt een bedrijfsopleiding in een of andere vorm. De totale uitgaven (publiek en privaat) komen daarmee op 6,3% van het nationaal inkomen van de OESO-landen. Het rendement op deze investering komt tot uitdrukking in de gemiddelde kans op werkloosheid en in de kantoorruimte huren leeuwarden¬†inkomensverhoudingen. Een man in de werkzame leeftijd (geen cijfers voor vrouwen in dit geval) is gedurende zijn loopbaan gemiddeld 2,2 jaar werkloos. Maar de kans neemt sterk toe naarmate het opleidingsniveau lager is. Voor personen met een middelbare beroepsopleiding bedraagt de gemiddelde werkloosheid 3 ‘ 3 jaar; na een hbo- of universitaire opleiding daalt dit cijfer tot slechts 1,4 jaar. Inkomens verschillen ook aanzienlijk. Als het gemiddeld inkomen voor iemand kantoorruimte huren groningen met een mbo-opleiding op 100 wordt gesteld, bedraagt het inkomen voor degenen met een lager opleidingsniveau 81; voor academici 157¬∑ In sommige landen is de kloof nog veel groter; in de Verenigde Staten bijvoorbeeld 63 tegenover qo. De voorraad of het vermogen aan menselijk kapitaal interesseert ons het
meest, want die bepaalt de productiviteits- en concurrentieverhoudingen in de globaliserende kenniseconomie. De grafieken 2 en 323 geven twee metingen weer.