Bevoegdheden van het college

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders Art. 160 Gemw begint met te zeggen dat het dagelijks bestuur bij het college berust (voor zover de burgemeester daarmee niet is belast: de handhaving van de openbare orde). Het is uiteindelijk de raad die uitmaakt of hij een bepaalde taak naar zich wil toetrekken of voor zich wil behouden, dan wel aan het college wil overlaten. Uitdrukkelijk wordt het college van burgemeester en wethouders in art. 160 Gemw, en daar mag de raad niet zomaar aan tornen, belast met: de voorbereiding van de besluiten van de raad; hoewel de raad zich vergaand kan inlaten met de voorbereiding van zijn besluiten en daarvoor ook algemene regels aan het college kan stellen, kan de raad die voorbereiding het college niet geheel uit handen nemen; de uitvoering van flexplek huren amsterdam besluiten van de raad, tenzij de burgemeester daarmee is belast (uitvoering van verordeningen betreffende het toezicht op openbare samenkomsten en gebouwen); het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van de gemeente; het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren (met uitzondering van de griffier); het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen; het flexplek huren schiphol besluiten tot het voeren van rechtsgedingen; de voorbereiding van de civiele verdediging; het instellen van jaarmarkten.
Art. 166 Gemw biedt het college de mogelijkheid om de uitvoering van zijn besluiten en, met instemming van de raad, de uitvoering van raadsbesluiten over te dragen, te mandateren aan een gemeenteambtenaar of een in de gemeente dienstdoende ambtenaar van politie. Met de invoering van de derde tranche in de Algemene wet bestuursrecht is de bevoegdheid om te delegeren aan ondergeschikten verboden (artikel 10:14 Awb). Achtergrond van deze bepaling is dat flexplek huren leeuwarden het wezenskenmerk van delegatie dat de delegataris de bevoegdheid onder eigen verantwoordelijkheid gaat uitoefenen, zich niet verdraagt met een hiërarchische ondergeschiktheidsrelatie, in welke relatie nu juist geen eigen verantwoordelijkheid bestaat.
Onder de oude gemeentewet was delegatie aan ondergeschikten nog wel mogelijk. Art. 166 Gemw biedt het college nu uitsluitend nog de mogelijkheid om een in de gemeente dienstdoende ambtenaar van politie te machtigen in zijn naam besluiten te nemen of andere handelingen te verrichten. Overigens komt delegatie aan ambtenaren in de praktijk erg weinig voor. Mandatering aan ambtenaren is vrij gebruikelijk. Over de mogelijkheid dat het college de uitoefening van één of meer van zijn bevoegdheden aan één of meer van zijn leden mandateert, is al gesproken. Achtergrond van deze mandaatsconstructie is zoals gezegd om de collectieve verantwoordelijkheid van het college in stand te houden. Die collectieve verantwoordelijkheid is neergelegd in art. 169 Gemw. Volgens dit artikel zijn de leden van het college, zowel samen als ieder afzonderlijk, aan de raad verantwoording verschuldigd voor het door het college gevoerde bestuur (eenzelfde verantwoordingsplicht voor de burgemeester voor het door hem gevoerde bestuur flexplek huren groningen  is neergelegd in art. 180 Gemw). Ter effectuering van die verantwoordingsplicht bepaalt art. 169 lid 2 Gemw dat burgemeester en wethouders de raad de door één of meer leden gevraagde inlichtingen moeten verstrekken. Het zonder genoegzame reden niet geven van de gevraagde inlichtingen kan via een motie van wantrouwen leiden tot ontslag van (de) wethouders (art. 49 Gemw). (Niet van de burgemeester omdat deze benoemd wordt door de Kroon. Degene die benoemt, kan ook ontslag verlenen; art. 61 Gemw.)