De gewenste verbetering

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Als de gewenste verbetering van de luchtkwaliteit, zoals vastgelegd in het NSL, in een gebied niet wordt gehaald, moet dat leiden tot extra maatregelen of het vervallen van projecten. Om de voortgang te monitoren moeten winkel huren amsterdam gemeenten jaarlijks rapporteren aan het ministerie van VROM. Het vervangen van maatregelen of projecten blijft gedurende de loop van het programma in principe winkel huren schiphol mogelijk als deze: een gelijk of positiever effect op de luchtkwaliteit hebben; · binnen hetzelfde gebied plaatsvinden.
Het programma bevat te nemen maatregelen en effecten daarvan. Daarnaast zijn potentiële maatregelen genoemd in geval de geplande maatregelen niet het gewenste effect op de luchtkwaliteit hebben.
De bevoegde bestuursorganen (van Rijk, provincie en gemeente) dragen zorg voor de winkel huren leeuwarden tijdige uitvoering van de maatregelen die in het programma zijn genoemd of beschreven (art. 5.12 lid 9 Wm).
Andere bestuursorganen dan van het Rijk kunnen gezamenlijk een programma vaststellen dat gericht is op het bereiken van een in bijlage 2 opgenomen
9.3 Milieukwaliteitseisen 349
grenswaarde in een bij dat programma aan te wijzen gebied (art. 5.13 lid 1 Wm). Er moet sprake zijn van een (dreigende) overschrijding van een grenswaarde en het programma kan alleen betrekking hebben op andere gebieden dan in het nationale programma zijn aangewezen. Indien een programma is vastgesteld, moeten de bestuursorganen het uitvoeren (art. 5.13 lid 3 Wm). Indien voor een winkel huren groningen gebied als bedoeld in het eerste lid geen programma is vastgesteld, moeten de betrokken bestuursorganen niettemin onverwijld de redelijkerwijs mogelijke maatregelen treffen die er op gericht zijn de betreffende grenswaarde te bereiken (art. 5.13 lid 5 Wm).

Een goedkopere oplossing

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een goedkopere oplossing, als ook andere oplossingen reëel zijn, wordt niet aangemerkt als een dwingende reden van groot openbaar belang. Verder is van belang dat dit criterium op zich wordt getoetst, los winkel huren amsterdam van de beide andere criteria. Als de vraag of sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang ontkennend moet worden beantwoord, zijn beide andere criteria niet meer relevant en wordt de ontheffingsaanvraag afgewezen. Gunstige staat van instandhouding /compensatie. Als er geen reële alternatieven zijn en sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en daarom wordt overwogen om ontheffing te verlenen, worden compenserende maatregelen voorgeschreven, als mitigerende (verzachtende) maatregelen niet afdoende blijken. Is winkel huren schiphol compensatie noodzakelijk maar niet mogelijk dan wordt afbreuk gedaan aan het streven om de betreffende soorten in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan; de ontheffingsaanvraag zal dan worden afgewezen. Steeds zal als voorwaarde worden gesteld dat zo veel mogelijk voorkomen moet worden dat beschermde dieren en planten als gevolg van winkel huren leeuwarden ingrepen doodgaan. In voorkomende gevallen dienen deskundigen de dieren weg te vangen en elders weer uit te zetten in een voor die dieren geschikt biotoop, bijvoorbeeld in een nieuw ingericht compensatiegebied. Ook planten kunnen in sommige gevallen moeten worden verplaatst. Compensatie en winkel huren groningen verplaatsing worden altijd beschouwd als uiterste redmiddelen, die pas toegepast worden als alle mogelijkheden om schade te voorkomen zijn benut.

De gemeentebesturen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De gemeentebesturen moeten zich aan de richtlijnen houden. De minister van VROM kan het gemeentebestuur een aanwijzing geven als deze onvoldoende voorrang geeft aan de huisvesting van mensen met lage inkomens winkel huren amsterdam die zijn aangewezen op de goedkope woningvoorraad. Een aanwijzing is eveneens mogelijk met betrekking tot de bij AMvB aangewezen categorieën woningzoekenden. De AMvB geldt hoogstens voor twee jaar en wordt alleen in bijzondere omstandigheden vastgesteld.
8.6.3 Relatie met andere wetgeving
De Huisvw heeft winkel huren schiphol raakvlakken met de Woningwet. De woonvergunning ingevolge de Huisvw moet niet worden verward met de woonvergunning volgens art. 60 Wonw. Eerstgenoemde vergunning heeft de rechtvaardige verdeling van woonruimte tot doel. Laatstgenoemde vergunning heeft ten doel om te voorkomen dat gebouwen die niet voor bewoning geschikt zijn daarvoor wel worden gebruikt.
8.7 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
Achtereenvolgens komen aan de orde het doel en de instrumenten van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken winkel huren leeuwarden (Wkpb).
322 8 Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
8.7.1 Doel van de wet
Doel van de wet is vergroting van de kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van onroerende zaken. Onroerende zaken zijn vaak belast met beperkingen, die zowel van privaatals van publiekrechtelijke aard kunnen zijn. Een verleend recht van overpad is een privaatrechtelijke beperking voor de eigenaar ten aanzien van het vrije gebruik van zijn onroerende zaak. Ook op basis van het publiekrecht zijn onroerende zaken vaak met beperkingen belast.
De wet geeft in art. 1 sub a de volgende definitie van publiekrechtelijke winkel huren groningen beperking: 1 beperking van de bevoegdheid tot gebruik van of beschikking over een onroerende zaak of een recht waaraan die zaak is onderworpen, niet zijnde een privaatrechtelijke beperking, 2 schuldplichtigheid die rust op een onroerende zaak of een recht waaraan die zaak is onderworpen.

De Monumentenwet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Om aan dit gevolg te ontkomen, bepaalt art. 54 Wonw dat een aanvraag bouwvergunning wordt aangehouden indien tevens een bouwvergunning op grond van de Monumentenwet is vereist. De aanhouding duurt totdat op de aanvraag voor een vergunning ingevolge de Monumentenwet onherroepelijk is beslist. Verlening van de winkel huren amsterdam bouwvergunning gelijktijdig met de monumentenvergunning is niet toegestaan, omdat tegen de laatste vergunning nog bezwaar en beroep mogelijk is (Pres. Rb. Zutphen, sector bestuursrecht, 20 oktober 1994, nr. 94/1971). ‘Onherroepelijk’ betekent in dit verband dat op alle bezwaren en beroepen tegen de monumentenvergunning moet zijn beslist voordat de winkel huren schiphol bouwvergunning kan worden verleend. Dat dit enige jaren in beslag kan nemen, wordt als een groot probleem ervaren.
Indien er sprake is van een beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van de Monumentenwet, maar er nog geen bestemmingsplan is vastgesteld ter bescherming daarvan, dan dienen burgemeester en wethouders een aanvraag voor een bouwvergunning ook aan te houden indien er geen reden is om de bouwvergunning te weigeren. Deze aanhouding winkel huren leeuwarden van de aanvraag duurt totdat over de goedkeuring van een dergelijk bestemmingsplan onherroepelijk is beslist. Indien duidelijk is dat de bouwaanvraag niet strijdig is met het bestemmingsplan dat gericht is op het beschermde stads- en dorpsgezicht, dan kunnen burgemeester en wethouders de bouwvergunning verlenen nadat Gedeputeerde Staten hebben verklaard dat zij tegen het verlenen van de bouwvergunning geen bezwaar hebben (art. 51 Wonw).
Wet op de Ruimtelijke Ordening De bescherming van een stads- of dorpsgezicht dient te worden geëffectueerd in een bestemmingsplan, aldus art. 36 Monw. Dit bestemmingsplan is een normaal bestemmingsplan als bedoeld in de WRO en komt tot stand volgens de procedure als in die wet geregeld. Het heeft ook exact dezelfde rechtsgevolgen en kent dezelfde rechtsbeschermingsmogelijkheden.
De hiervoor aangegeven relatie tussen Monumentenwet en Woningwet voor wat betreft de bouwvergunning komt overeen met de WRO voor wat winkel huren groningen betreft de aanlegvergunning. Art. 44 WRO bepaalt namelijk dat een aanlegvergunning moet worden geweigerd indien voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend.

De toegelaten instelling

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ook draagt de toegelaten instelling bij aan het volgens redelijke wensen tot stand brengen van huisvesting voor ouderen, gehandicapten en personen die zorg of begeleiding behoeven. Daartoe kan zij uitsluitend overgaan tot: a het bouwen en exploiteren van winkel huren amsterdam woon-zorgcomplexen en de daarbij behorende gemeenschappelijke ruimten en fysieke zorginfrastructuur, van projecten voor begeleid wonen, en van vastgoed met een woon- of verblijffunctie voor de bewoners van instellingen in de verzorging, verpleging of opvang;
288 7 Woningwet: voorziening in woningbehoefte en financiële steun voor stedelijk en landelijk gebied
b het leveren van een winkel huren schiphol bijdrage aan de totstandkoming van arrangementen met betrekking tot wonen, zorg- en dienstverlening, die, zo veel mogelijk naar wens van deze ouderen, gehandicapten en personen die zorg of begeleiding behoeven, het zelfstandig wonen bevorderen; c het vervullen van een bemiddelende rol voor bewoners met betrekking tot zorg- en dienstverlening of d de werkzaamheden die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de werkzaamheden, genoemd bij a tot en met c.
7.1.4 Beleidsvoorbereiding en verslaglegging door de instellingen De toegelaten winkel huren leeuwarden instelling stelt jaarlijks een overzicht op van voorgenomen volkshuisvestingsactiviteiten (art. 25a Bbsh). Zij moet dat toezenden aan de gemeenten waar zij feitelijk werkzaam is (art. 25c Bbsh) met het verzoek om overleg te voeren over het plaatselijke volkshuisvestingsbeleid (art. 25e Bbsh). Bij dat overleg kunnen afspraken worden gemaakt over de voorgenomen volkshuisvestingsactiviteiten. De instelling stuurt een samenvatting van het verslag met een beschrijving van de eventuele afspraken naar de minister van VROM (art. 25f Bbsh).
De toegelaten instellingen moeten daarnaast jaarlijks verslag doen van hun werkzaamheden in een volkshuisvestingsverslag en in een afzonderlijk en gecontroleerd financieel verslag. De instellingen zenden deze jaarlijks winkel huren groningen voor 1 juli aan de minister, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de instelling haar woonplaats heeft en de colleges van elke gemeente waar zij feitelijk werkzaam is, en aan het bestuur van het Centraal fonds voor de volkshuisvesting (zie subpar. 7.1.6).
Het volkshuisvestingsverslag bevat de prestaties op het gebied van de volkshuisvesting. Het financieel verslag bevat onder meer de jaarrekening, cijfermatige kerngegevens en prognoses daarover. Indien een college van burgemeester en wethouders of het bestuur van het Centraal fonds voor de volkshuisvesting een negatief oordeel hebben over het verslag, kunnen zij de minister verzoeken maatregelen te nemen of anderszins in te grijpen.

Burgemeester en wethouders

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Burgemeester en wethouders kunnen in plaats van aanhouden in bepaalde gevallen toch de bouwvergunning verlenen. Het bouwplan moet niet in strijd zijn met het in voorbereiding zijnde, ter bescherming van het winkel huren amsterdam beschermde stads-of dorpsgezicht strekkende bestemmingsplan, een projectbesluit daaronder begrepen. Is het bouwplan daarmee niet in strijd, dan kunnen burgemeester en wethouders direct de bouwvergunning verlenen. Is het bouwplan daarmee wel in strijd, dan dient de procedure in winkel huren schiphol afdeling 3.4 Awb te worden gevolgd (art. 51 lid 3 en 50 lid 4 Wonw). Alvorens te besluiten op de aanvraag horen burgemeester en wethouders de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan aan deze dienst (art. 51 lid 3 Wonw). Tegen een bouwvergunning in strijd met het belang van het behoud van het monument of het beschermde stad- of dorpsgezicht kan de dienst dan beroep instellen bij de rechtbank en om een voorlopige voorziening winkel huren leeuwarden verzoeken (bijvoorbeeld schorsing) bij de voorzieningenrechter van de rechtbank.
Ad 4 Milieuvergunning Veel bouwplannen houden het oprichten of veranderen in van een inrichting waarvoor een vergunning vereist is op grond van de Wet milieubeheer; enkele bouwplannen behoeven een vergunning op grond van de Kernenergiewet. De beslissing op de aanvraag bouwvergunning voor de genoemde bouwplannen (het betreft bedrijven) moet worden aangehouden. Er mag niet worden aangehouden als de bouwvergunning geweigerd moet worden (art. 52 lid 1 Wonw). In drie gevallen is er voldoende zekerheid over de uitslag van de aanvraag om de Milieu- of Kernenergiewetvergunning en is er geen noodzaak om de beslissing op de aanvraag bouwvergunning langer aan te houden: 1 Indien de beschikking op de aanvraag vergunning is gegeven, over het ontwerp van de beschikking geen zienswijzen naar voren zijn gebracht en de beschikking niet afwijkt van dat ontwerp zal de beschikking in het al
272 6 Woningwet: nieuwbouw
gemeen in geval van beroep in stand blijven: dan is geen aanhouding meer nodig. De aanhouding eindigt dan op de dag waarop burgemeester en wethouders een afschrift van de beschikking van het bevoegde gezag winkel huren groningen hebben ontvangen. In veel gevallen zijn burgemeester en wethouders zelf bevoegd gezag. 2 Indien de beschikking nog niet is gegeven of een zienswijze is binnengekomen of de beschikking afwijkt van het ontwerp, eindigt de aanhouding na afloop van de zeswekentermijn waarbinnen beroep tegen de Milieu- of Kernenergiewetbeschikking kan worden ingesteld. Daags na afloop van de beroepstermijn van zes weken treedt de beschikking volgens art. 20.3 Wet milieubeheer in werking. 3 Indien binnen deze zeswekentermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend en daarop is beslist, eindigt eveneens de aanhouding.

De modelbouwverordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De modelbouwverordening bevat daarom voor de genoemde bouwwerken het verbod tot bouwen op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers. Alleen voor deze bouwwerken geldt de verplichting een winkel huren amsterdam onderzoeksrapport betreffende de bodemgesteldheid over te leggen. Dat staat in het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning dat landelijk regelt welke gegevens aanvragers van een bouwvergunning moeten indienen bij burgemeester en wethouders. Zij kunnen ontheffing van het overleggen van een bodemrapport geven als de gemeente zelf al deugdelijke informatie heeft winkel huren schiphol over de locatie.
Hoewel geen bodemrapport kan worden gevraagd bij licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, kan toch dergelijk bouwen op verontreinigde bodem worden voorkomen door het aanhouden van de beslissing op de aanvraag bouwvergunning. Volgens art. 52a lid 1 Wonw moeten burgemeester en wethouders de beslissing op de aanvraag bouwvergunning niet alleen aanhouden indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en uit het onderzoeksrapport blijkt dat de bodem ter plaatse van het bouwwerk ernstig verontreinigd is, maar ook als uit anderen hoofde een redelijk vermoeden bestaat van ernstige verontreiniging. Als dus de gemeente weet winkel huren leeuwarden of vermoedt dat er zulke bodemverontreiniging is, moet zij de beslissing op de aanvraag lichte bouwvergunning aanhouden. Art. 52a Wonw bepaalt dat het aanhoudingsbesluit binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag en het onderzoeksrapport moet worden genomen. Indien burgemeester en wethouders niet binnen die termijn beslissen en (uit het rapport) ernstige verontreiniging blijkt, is de aanhoudingsbeslissing van rechtswege genomen. Indien een geval van ernstige verontreiniging wordt vermoed, moet de bouwer dit melden aan winkel huren groningen Gedeputeerde Staten en daarbij de resultaten van nader onderzoek, de resultaten van een saneringsonderzoek en een saneringsplan inleveren. Gedeputeerde Staten moeten een beslissing nemen over het saneringsplan.

De beoordeling

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Mag men een bouwplan bij de beoordeling splitsen in een bouwve1gunningplichtig deel en een bouwvergunningsvrij deel? Het kan voorkomen dat een bouwaanvraag wordt ingediend waarvan onderdelen bouwvergunningsvrij zijn. De vraag doet zich voor hoe zo’n bouwplan beoordeeld moet worden: in zijn totaliteit of moeten de winkel huren amsterdam bouwvergunningsvrije delen worden ‘weggedacht’? Uit de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de herziene Woningwet blijkt dat, om een goede toets te kunnen verrichten, het plan in zijn totaliteit moet worden beoordeeld. De vergunning kan dan bijvoorbeeld geweigerd worden als het samenhangende bouwplan niet voldoet aan de technische eisen. Maar het is niet de bedoeling dat een vergunning wordt geweigerd alleen winkel huren schiphol omdat een bouwvergunningsvrij onderdeel niet aan de eisen voldoet, er zullen daarvoor dan meer weigeringsgronden moeten zijn. Als de bouwvergunning geweigerd kon worden alleen vanwege een probleem met een bouwvergunningsvrij onderdeel, zou de bouwer die het plan wil doorzetten daarin toch slagen door het bouwvergunningsvrije gedeelte van de aanvraag af te splitsen.
6.2 Bouwvergunningsvrij bouwen, bouwen na een lichte en na een reguliere bouwvergunning 231
Ad 2 Wa nneer is een bouwplan ‘een verandering van niet-ingrijpende aard aan een bestaand bouwwerk’ waarvoor geen bouwvergunning winkel huren leeuwarden nodig is? In het Bblv staat in art. 3 lid 1 onder k de ‘verandering van niet-ingrijpende aard aan een bestaand bouwwerk’. Daarvoor is dus geen bouwvergunning nodig. Voor de beoordeling van wat van niet-ingrijpende aard is, moet niet alleen het bouwtechnische aspect in aanmerking worden genomen, maar ook het stedenbouwkundige.
• Voorbeeld Burgemeester en wethouders van Hoorn hadden een aanzegging bestuursdwang laten uitgaan tot het verwijderen van een zonder bouwvergunning aangebrachte dubbele deur tussen twee winkelpanden. De aangeschrevene stelde dat er sprake was van een niet-ingrijpende verandering waarvoor geen bouwvergunning nodig was. In haar uitspraak bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de wetsgeschiedenis van de Woningwet 1992 liet zien dat de gebezigde vage term ‘van niet-ingrijpende aard’ niet alleen in bouwkundige maar ook in stedenbouwkundige zin moet worden opgevat. Het bouwplan moet dus zowel bouwtechnisch als stedenbouwkundig niet-ingrijpend zijn om het zonder bouwvergunning te mogen realiseren. Voor het aanbrengen van de deuren was een bouwvergunning nodig. (ABRvS van 15 december 1994, nr. HOl .94.0028, BR 1995, blz. 218) In een andere uitspraak geeft de Afdeling nog wat uitleg over het stedenbouwkundige aspect: ‘Bij dat laatste aspect spelen zowel het planologische als het visuele effect dat de ter beoordeling staande verandering op de omgeving heeft een rol ( …) . Uit de stukken valt niet af te leiden dat burgemeester en wethouders zich uitsluitend hebben laten leiden door hun oordeel over de welstandsaspecten van het plan. Zij hebben met recht mede van belang geacht de omvang van de verandering, het feit dat het balkon wordt aangebracht aan een historisch pand en de omgeving waarin het pand is gelegen, die winkel huren groningen zich kenmerkt door de aanwezigheid van historische panden.’ (ABRvS 9 december 1999, AB 2000/169)
Een verbouwing waarbij welstandsaspecten aan de orde zijn, wordt al snel als ingrijpend aangemerkt.

Een woonvergunning

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Men mag bijvoorbeeld pas in een vakantiehuisje gaan wonen nadat men een woonvergunning heeft gekregen. De woonvergunning mag alleen en moet worden geweigerd (art. 60 lid 2 Wonw) indien het gebruik van het gebouw niet voldoet aan de voorschriften van de bouwverordening, het bestemmingsplan of een provinciale verordening dan kantoor huren ridderkerk wel AMvB (art. 4.1 lid 3 en 4.3 lid 3 Wro) waarin aanwijzingen zijn gegeven omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Als het gebouw overeenkomstig de voorschriften (bijvoorbeeld door een verbouwing na bouwvergunning) voor bewoning geschikt is gemaakt, is er geen woonvergunning nodig. De bepalingen over de reguliere bouwvergunning die betrekking hebben op de beslistermijn, het aanhouden, de kantoor huren weert voorschriften (voorwaarden) die aan een bouwvergunning kunnen worden verbonden en de intrekking zijn ook van toepassing op de woonvergunning.
5.5 Zorgplicht
Art. la Wonw luidt: ‘1 De eigenaar van een bouwwerk, standplaats, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, die standplaats, dat open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. 2 Een kantoor huren barendrecht ieder die een bouwwerk of standplaats bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
Aldus is in lid 1 een algemene zorgplicht opgenomen om te voorkomen dat ten gevolge van een bestaand(e) bouwwerk, standplaats, open kantoor huren doetichem erf of terrein gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. De zorgplicht geldt niet alleen voor de eigenaar maar ook voor de groep van personen die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, dus ook voor de beheerder en de huurder.

Een exploitatieplan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Een exploitatieplan wordt na inwerkingtreding ten minste eenmaal per jaar herzien totdat de in dat exploitatieplan voorziene werken, werkzaamheden en bouwwerken zijn gerealiseerd.
De onderdelen kantoor huren ridderkerk van een exploitatieplan mogen een globale inhoud hebben voor gronden, waarvoor nog een uitwerking van het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het uitwerkingsplan, treedt niet in werking voordat een herziening (detaillering) van het exploitatieplan met betrekking tot de desbetreffende gronden is vastgesteld en bekendgemaakt. Ook de onderdelen van een exploitatieplan voor gronden waarop een fasering van toepassing kantoor huren weert is die verlening van een bouwvergunning nog in de weg staat, mogen een globale inhoud hebben (art. 6.13 lid 2 Wro). De afdeling 3.4 Awb-procedure voor vaststelling van kantoor huren barendrecht een exploitatieplan behoeft niet gevolgd te worden bij actualiseringen en herziening van nietstructurele onderdelen (art. 6.15 lid 3 Wro).
Exploitatieopzet Het belangrijkste onderdeel van het exploitatieplan is de exploitatieopzet. Volgens art. 6.13 lid 8 Wro worden bij AMvB nadere regels gesteld over de exploitatieopzet en de daarin op te nemen opbrengsten, en de verhaalbare kostensoorten. In het Bro zijn in art. 6.2.3 en 6.2.4 deze nadere regels gesteld: 1 De raming van de inbrengwaarden van de gronden, welke inbrengwaarden worden beschouwd als kosten in verband met de exploitatie van kantoor huren doetichem die gronden, in art. 6.2.3 Bro. 2 De raming van de andere kosten in verband met de exploitatie, waaronder een raming van de planschade die voor vergoeding in aanmerking zou komen, in art. 6.2.4 Bro. 3 De raming van de opbrengsten van de exploitatie is nader geregeld in art. 6.2.7 Bro.

Kantoor huren of bedrijfsruimte huren