De gemeentebesturen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De gemeentebesturen moeten zich aan de richtlijnen houden. De minister van VROM kan het gemeentebestuur een aanwijzing geven als deze onvoldoende voorrang geeft aan de huisvesting van mensen met lage inkomens winkel huren amsterdam die zijn aangewezen op de goedkope woningvoorraad. Een aanwijzing is eveneens mogelijk met betrekking tot de bij AMvB aangewezen categorieën woningzoekenden. De AMvB geldt hoogstens voor twee jaar en wordt alleen in bijzondere omstandigheden vastgesteld.
8.6.3 Relatie met andere wetgeving
De Huisvw heeft winkel huren schiphol raakvlakken met de Woningwet. De woonvergunning ingevolge de Huisvw moet niet worden verward met de woonvergunning volgens art. 60 Wonw. Eerstgenoemde vergunning heeft de rechtvaardige verdeling van woonruimte tot doel. Laatstgenoemde vergunning heeft ten doel om te voorkomen dat gebouwen die niet voor bewoning geschikt zijn daarvoor wel worden gebruikt.
8.7 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
Achtereenvolgens komen aan de orde het doel en de instrumenten van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken winkel huren leeuwarden (Wkpb).
322 8 Overige wetten voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting
8.7.1 Doel van de wet
Doel van de wet is vergroting van de kenbaarheid van publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van onroerende zaken. Onroerende zaken zijn vaak belast met beperkingen, die zowel van privaatals van publiekrechtelijke aard kunnen zijn. Een verleend recht van overpad is een privaatrechtelijke beperking voor de eigenaar ten aanzien van het vrije gebruik van zijn onroerende zaak. Ook op basis van het publiekrecht zijn onroerende zaken vaak met beperkingen belast.
De wet geeft in art. 1 sub a de volgende definitie van publiekrechtelijke winkel huren groningen beperking: 1 beperking van de bevoegdheid tot gebruik van of beschikking over een onroerende zaak of een recht waaraan die zaak is onderworpen, niet zijnde een privaatrechtelijke beperking, 2 schuldplichtigheid die rust op een onroerende zaak of een recht waaraan die zaak is onderworpen.

De Monumentenwet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Om aan dit gevolg te ontkomen, bepaalt art. 54 Wonw dat een aanvraag bouwvergunning wordt aangehouden indien tevens een bouwvergunning op grond van de Monumentenwet is vereist. De aanhouding duurt totdat op de aanvraag voor een vergunning ingevolge de Monumentenwet onherroepelijk is beslist. Verlening van de winkel huren amsterdam bouwvergunning gelijktijdig met de monumentenvergunning is niet toegestaan, omdat tegen de laatste vergunning nog bezwaar en beroep mogelijk is (Pres. Rb. Zutphen, sector bestuursrecht, 20 oktober 1994, nr. 94/1971). ‘Onherroepelijk’ betekent in dit verband dat op alle bezwaren en beroepen tegen de monumentenvergunning moet zijn beslist voordat de winkel huren schiphol bouwvergunning kan worden verleend. Dat dit enige jaren in beslag kan nemen, wordt als een groot probleem ervaren.
Indien er sprake is van een beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van de Monumentenwet, maar er nog geen bestemmingsplan is vastgesteld ter bescherming daarvan, dan dienen burgemeester en wethouders een aanvraag voor een bouwvergunning ook aan te houden indien er geen reden is om de bouwvergunning te weigeren. Deze aanhouding winkel huren leeuwarden van de aanvraag duurt totdat over de goedkeuring van een dergelijk bestemmingsplan onherroepelijk is beslist. Indien duidelijk is dat de bouwaanvraag niet strijdig is met het bestemmingsplan dat gericht is op het beschermde stads- en dorpsgezicht, dan kunnen burgemeester en wethouders de bouwvergunning verlenen nadat Gedeputeerde Staten hebben verklaard dat zij tegen het verlenen van de bouwvergunning geen bezwaar hebben (art. 51 Wonw).
Wet op de Ruimtelijke Ordening De bescherming van een stads- of dorpsgezicht dient te worden geëffectueerd in een bestemmingsplan, aldus art. 36 Monw. Dit bestemmingsplan is een normaal bestemmingsplan als bedoeld in de WRO en komt tot stand volgens de procedure als in die wet geregeld. Het heeft ook exact dezelfde rechtsgevolgen en kent dezelfde rechtsbeschermingsmogelijkheden.
De hiervoor aangegeven relatie tussen Monumentenwet en Woningwet voor wat betreft de bouwvergunning komt overeen met de WRO voor wat winkel huren groningen betreft de aanlegvergunning. Art. 44 WRO bepaalt namelijk dat een aanlegvergunning moet worden geweigerd indien voor het werk of de werkzaamheid een vergunning ingevolge de Monumentenwet of een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend.

De toegelaten instelling

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Ook draagt de toegelaten instelling bij aan het volgens redelijke wensen tot stand brengen van huisvesting voor ouderen, gehandicapten en personen die zorg of begeleiding behoeven. Daartoe kan zij uitsluitend overgaan tot: a het bouwen en exploiteren van winkel huren amsterdam woon-zorgcomplexen en de daarbij behorende gemeenschappelijke ruimten en fysieke zorginfrastructuur, van projecten voor begeleid wonen, en van vastgoed met een woon- of verblijffunctie voor de bewoners van instellingen in de verzorging, verpleging of opvang;
288 7 Woningwet: voorziening in woningbehoefte en financiële steun voor stedelijk en landelijk gebied
b het leveren van een winkel huren schiphol bijdrage aan de totstandkoming van arrangementen met betrekking tot wonen, zorg- en dienstverlening, die, zo veel mogelijk naar wens van deze ouderen, gehandicapten en personen die zorg of begeleiding behoeven, het zelfstandig wonen bevorderen; c het vervullen van een bemiddelende rol voor bewoners met betrekking tot zorg- en dienstverlening of d de werkzaamheden die noodzakelijkerwijs voortvloeien uit het verrichten van de werkzaamheden, genoemd bij a tot en met c.
7.1.4 Beleidsvoorbereiding en verslaglegging door de instellingen De toegelaten winkel huren leeuwarden instelling stelt jaarlijks een overzicht op van voorgenomen volkshuisvestingsactiviteiten (art. 25a Bbsh). Zij moet dat toezenden aan de gemeenten waar zij feitelijk werkzaam is (art. 25c Bbsh) met het verzoek om overleg te voeren over het plaatselijke volkshuisvestingsbeleid (art. 25e Bbsh). Bij dat overleg kunnen afspraken worden gemaakt over de voorgenomen volkshuisvestingsactiviteiten. De instelling stuurt een samenvatting van het verslag met een beschrijving van de eventuele afspraken naar de minister van VROM (art. 25f Bbsh).
De toegelaten instellingen moeten daarnaast jaarlijks verslag doen van hun werkzaamheden in een volkshuisvestingsverslag en in een afzonderlijk en gecontroleerd financieel verslag. De instellingen zenden deze jaarlijks winkel huren groningen voor 1 juli aan de minister, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de instelling haar woonplaats heeft en de colleges van elke gemeente waar zij feitelijk werkzaam is, en aan het bestuur van het Centraal fonds voor de volkshuisvesting (zie subpar. 7.1.6).
Het volkshuisvestingsverslag bevat de prestaties op het gebied van de volkshuisvesting. Het financieel verslag bevat onder meer de jaarrekening, cijfermatige kerngegevens en prognoses daarover. Indien een college van burgemeester en wethouders of het bestuur van het Centraal fonds voor de volkshuisvesting een negatief oordeel hebben over het verslag, kunnen zij de minister verzoeken maatregelen te nemen of anderszins in te grijpen.

Burgemeester en wethouders

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Burgemeester en wethouders kunnen in plaats van aanhouden in bepaalde gevallen toch de bouwvergunning verlenen. Het bouwplan moet niet in strijd zijn met het in voorbereiding zijnde, ter bescherming van het winkel huren amsterdam beschermde stads-of dorpsgezicht strekkende bestemmingsplan, een projectbesluit daaronder begrepen. Is het bouwplan daarmee niet in strijd, dan kunnen burgemeester en wethouders direct de bouwvergunning verlenen. Is het bouwplan daarmee wel in strijd, dan dient de procedure in winkel huren schiphol afdeling 3.4 Awb te worden gevolgd (art. 51 lid 3 en 50 lid 4 Wonw). Alvorens te besluiten op de aanvraag horen burgemeester en wethouders de Rijksdienst voor archeologie, cultuurlandschap en monumenten. Van het besluit wordt onverwijld mededeling gedaan aan deze dienst (art. 51 lid 3 Wonw). Tegen een bouwvergunning in strijd met het belang van het behoud van het monument of het beschermde stad- of dorpsgezicht kan de dienst dan beroep instellen bij de rechtbank en om een voorlopige voorziening winkel huren leeuwarden verzoeken (bijvoorbeeld schorsing) bij de voorzieningenrechter van de rechtbank.
Ad 4 Milieuvergunning Veel bouwplannen houden het oprichten of veranderen in van een inrichting waarvoor een vergunning vereist is op grond van de Wet milieubeheer; enkele bouwplannen behoeven een vergunning op grond van de Kernenergiewet. De beslissing op de aanvraag bouwvergunning voor de genoemde bouwplannen (het betreft bedrijven) moet worden aangehouden. Er mag niet worden aangehouden als de bouwvergunning geweigerd moet worden (art. 52 lid 1 Wonw). In drie gevallen is er voldoende zekerheid over de uitslag van de aanvraag om de Milieu- of Kernenergiewetvergunning en is er geen noodzaak om de beslissing op de aanvraag bouwvergunning langer aan te houden: 1 Indien de beschikking op de aanvraag vergunning is gegeven, over het ontwerp van de beschikking geen zienswijzen naar voren zijn gebracht en de beschikking niet afwijkt van dat ontwerp zal de beschikking in het al
272 6 Woningwet: nieuwbouw
gemeen in geval van beroep in stand blijven: dan is geen aanhouding meer nodig. De aanhouding eindigt dan op de dag waarop burgemeester en wethouders een afschrift van de beschikking van het bevoegde gezag winkel huren groningen hebben ontvangen. In veel gevallen zijn burgemeester en wethouders zelf bevoegd gezag. 2 Indien de beschikking nog niet is gegeven of een zienswijze is binnengekomen of de beschikking afwijkt van het ontwerp, eindigt de aanhouding na afloop van de zeswekentermijn waarbinnen beroep tegen de Milieu- of Kernenergiewetbeschikking kan worden ingesteld. Daags na afloop van de beroepstermijn van zes weken treedt de beschikking volgens art. 20.3 Wet milieubeheer in werking. 3 Indien binnen deze zeswekentermijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend en daarop is beslist, eindigt eveneens de aanhouding.

De modelbouwverordening

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De modelbouwverordening bevat daarom voor de genoemde bouwwerken het verbod tot bouwen op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers. Alleen voor deze bouwwerken geldt de verplichting een winkel huren amsterdam onderzoeksrapport betreffende de bodemgesteldheid over te leggen. Dat staat in het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning dat landelijk regelt welke gegevens aanvragers van een bouwvergunning moeten indienen bij burgemeester en wethouders. Zij kunnen ontheffing van het overleggen van een bodemrapport geven als de gemeente zelf al deugdelijke informatie heeft winkel huren schiphol over de locatie.
Hoewel geen bodemrapport kan worden gevraagd bij licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken, kan toch dergelijk bouwen op verontreinigde bodem worden voorkomen door het aanhouden van de beslissing op de aanvraag bouwvergunning. Volgens art. 52a lid 1 Wonw moeten burgemeester en wethouders de beslissing op de aanvraag bouwvergunning niet alleen aanhouden indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en uit het onderzoeksrapport blijkt dat de bodem ter plaatse van het bouwwerk ernstig verontreinigd is, maar ook als uit anderen hoofde een redelijk vermoeden bestaat van ernstige verontreiniging. Als dus de gemeente weet winkel huren leeuwarden of vermoedt dat er zulke bodemverontreiniging is, moet zij de beslissing op de aanvraag lichte bouwvergunning aanhouden. Art. 52a Wonw bepaalt dat het aanhoudingsbesluit binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag en het onderzoeksrapport moet worden genomen. Indien burgemeester en wethouders niet binnen die termijn beslissen en (uit het rapport) ernstige verontreiniging blijkt, is de aanhoudingsbeslissing van rechtswege genomen. Indien een geval van ernstige verontreiniging wordt vermoed, moet de bouwer dit melden aan winkel huren groningen Gedeputeerde Staten en daarbij de resultaten van nader onderzoek, de resultaten van een saneringsonderzoek en een saneringsplan inleveren. Gedeputeerde Staten moeten een beslissing nemen over het saneringsplan.

De beoordeling

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Mag men een bouwplan bij de beoordeling splitsen in een bouwve1gunningplichtig deel en een bouwvergunningsvrij deel? Het kan voorkomen dat een bouwaanvraag wordt ingediend waarvan onderdelen bouwvergunningsvrij zijn. De vraag doet zich voor hoe zo’n bouwplan beoordeeld moet worden: in zijn totaliteit of moeten de winkel huren amsterdam bouwvergunningsvrije delen worden ‘weggedacht’? Uit de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de herziene Woningwet blijkt dat, om een goede toets te kunnen verrichten, het plan in zijn totaliteit moet worden beoordeeld. De vergunning kan dan bijvoorbeeld geweigerd worden als het samenhangende bouwplan niet voldoet aan de technische eisen. Maar het is niet de bedoeling dat een vergunning wordt geweigerd alleen winkel huren schiphol omdat een bouwvergunningsvrij onderdeel niet aan de eisen voldoet, er zullen daarvoor dan meer weigeringsgronden moeten zijn. Als de bouwvergunning geweigerd kon worden alleen vanwege een probleem met een bouwvergunningsvrij onderdeel, zou de bouwer die het plan wil doorzetten daarin toch slagen door het bouwvergunningsvrije gedeelte van de aanvraag af te splitsen.
6.2 Bouwvergunningsvrij bouwen, bouwen na een lichte en na een reguliere bouwvergunning 231
Ad 2 Wa nneer is een bouwplan ‘een verandering van niet-ingrijpende aard aan een bestaand bouwwerk’ waarvoor geen bouwvergunning winkel huren leeuwarden nodig is? In het Bblv staat in art. 3 lid 1 onder k de ‘verandering van niet-ingrijpende aard aan een bestaand bouwwerk’. Daarvoor is dus geen bouwvergunning nodig. Voor de beoordeling van wat van niet-ingrijpende aard is, moet niet alleen het bouwtechnische aspect in aanmerking worden genomen, maar ook het stedenbouwkundige.
• Voorbeeld Burgemeester en wethouders van Hoorn hadden een aanzegging bestuursdwang laten uitgaan tot het verwijderen van een zonder bouwvergunning aangebrachte dubbele deur tussen twee winkelpanden. De aangeschrevene stelde dat er sprake was van een niet-ingrijpende verandering waarvoor geen bouwvergunning nodig was. In haar uitspraak bepaalde de Afdeling bestuursrechtspraak dat de wetsgeschiedenis van de Woningwet 1992 liet zien dat de gebezigde vage term ‘van niet-ingrijpende aard’ niet alleen in bouwkundige maar ook in stedenbouwkundige zin moet worden opgevat. Het bouwplan moet dus zowel bouwtechnisch als stedenbouwkundig niet-ingrijpend zijn om het zonder bouwvergunning te mogen realiseren. Voor het aanbrengen van de deuren was een bouwvergunning nodig. (ABRvS van 15 december 1994, nr. HOl .94.0028, BR 1995, blz. 218) In een andere uitspraak geeft de Afdeling nog wat uitleg over het stedenbouwkundige aspect: ‘Bij dat laatste aspect spelen zowel het planologische als het visuele effect dat de ter beoordeling staande verandering op de omgeving heeft een rol ( …) . Uit de stukken valt niet af te leiden dat burgemeester en wethouders zich uitsluitend hebben laten leiden door hun oordeel over de welstandsaspecten van het plan. Zij hebben met recht mede van belang geacht de omvang van de verandering, het feit dat het balkon wordt aangebracht aan een historisch pand en de omgeving waarin het pand is gelegen, die winkel huren groningen zich kenmerkt door de aanwezigheid van historische panden.’ (ABRvS 9 december 1999, AB 2000/169)
Een verbouwing waarbij welstandsaspecten aan de orde zijn, wordt al snel als ingrijpend aangemerkt.